Nieuwsbericht

Maatschappelijk vastgoed: Voedselbank in de Egbertuskerk

19 oktober 2020 | 4 minuten lezen

De voedselbank van Almelo staat onder druk. De stichting is gehuisvest in de Egbertuskerk, de vraag is hoe lang nog. Tegelijk dreigt er een korting op overheidsgeld. Bestuursvoorzitter Henny Ganseman ziet de donkere wolken samentrekken. Juist nu door corona de voedselbank harder nodig lijkt dan ooit.

Dit is een aflevering in een reeks verhalen over sociaal, cultuur en welzijnswerk in Overijssel in relatie tot het maatschappelijk vastgoed dat daar voor gebruikt wordt. De serie staat in het teken van corona. Alles ging op slot dus werden er noodoplossingen gezocht, moest er worden puin geruimd en kijken we verder naar de toekomst.

We hebben een gesprek met Ganseman omdat het sociale werk van de voedselbank een mooie match is met het maatschappelijk vastgoed waarin dat werk is ondergebracht: een leegstaande kerk. Er komen in rap tempo in heel de provincie veel meer kerken leeg te staan. Dus zou de Egbertuskerk een mooi voorbeeld zijn van een nieuwe functie.

Minder rooskleurig
Maar dat blijkt allemaal toch iets minder rooskleurig te zijn dan dat het aan de buitenkant lijkt. Woningstichting St Josef kocht de kerk begin deze eeuw, als packagedeal bij de overname van meerdere panden van de Elisa-parochie. Destijds werd bepaald dat de kerk in zijn geheel overeind zou blijven, daarom sneuvelden eerdere plannen voor herbouw. Ganseman: “As we speak berekent een geïnteresseerde vastgoedontwikkelaar of in de kerk appartementen kunnen komen. Het grote aantal hindernissen dat hierbij een rol speelt, vormt een mooie uitdaging. Op de eerste plaats is het niet alleen de kerk, maar ook een aantal andere gebouwen die bij het oorspronkelijke complex behoren. Als geheel zal je tot een plan moeten komen dat aantrekkelijke woningen oplevert in een categorie waar ook vraag naar is. Je raakt bijvoorbeeld nieuwe, dure en niet al te grote appartementen niet op voorhand kwijt, ook al omdat de woningmarkt snel verandert. Over twintig jaar vind je achter iedere derde voordeur een eenpersoons huishouden. Daar zijn investeerders natuurlijk nu al op aan het voorsorteren. Mocht er wel een partij zijn die het aandurft, dan zit er nog zeker anderhalf jaar overbrugging voor ons in, want eerder zullen nieuwe plannen niet tot en met de bouwvergunning aan toe afgerond zijn. Maar we houden er in onze begroting al wel rekening mee: we reserveren voor een ander onderkomen.”

Minder overheidssteun
Reserveren voor de toekomst. Ganseman gaat ervan uit dat de voedselbank tot in lengte van jaren zal blijven bestaan. “Toen Almelo bij aanvang van de crisis van 2008 aan de voedselbank begon, sprak de toenmalig PvdA-wethouder Mieke Kuik haar afgrijzen er over uit. Ze was faliekant tegen. Je zou – was toen het tijdsbeeld – mensen in de bijstand geen cadeautjes moeten geven. Dat zou ze maar demotiveren een baan te zoeken. De voedselbank zit nu in de portefeuille van wethouder Arjen Maathuis van VVD-huize. Hij wil de overheidsbijdrage terugschroeven van 20.000 naar 5.000 euro. Ik moet je zeggen dat ik een goeie relatie heb met persoon Maathuis, maar met de wethouder Maathuis ben ik het op dat punt bijzonder oneens!”

Die discussie is breed uitgemeten in de krant. De voedselbank maakte er zelf ook en video over.  In dit artikel gaan we daar inhoudelijk niet verder op in. Maar Ganseman wil wel nut en noodzaak van de voedselbank graag toelichten. Onder andere dat het inmiddels regeringsbeleid is voedselbanken in het land te ondersteunen. “Wij doen dat met geld dat Almelo uit Den Haag krijgt vanwege de zogenoemde Kleinsmagelden. Jette Kleinsma bedacht als staatssecretaris dat er structureel ondersteuning moest komen, voor vooral kansarme kinderen, dat die bijvoorbeeld niet zonder ontbijt naar school zouden moeten hoeven. Precies dat is wat wij helpen ondersteunen.”

Corona
Bij de voedselbank staan tweehonderd gezinnen geregistreerd. “Door corona verwachten we dat dat er meer gaan worden. Dat is in de cijfers nog niet te zien, maar we bereiden ons daar wel op voor. Ook omdat we in Almelo een relatief grote groep mensen hebben met een niet westerse achtergrond. Die vangen de klappen eerst in eigen gemeenschap op, dat is een cultureel gegeven, maar het kan zijn dat ook zij op enig moment naar de voedselbank komen. Die stap blijft hoe dan ook een grote. Schaamte, schande en gêne spelen daarbij een grote rol.” Iedere vrijdagmiddag is het daarom een drukte van belang op de smalle aanvoerweg richting Egbertuskerk. “Dan komen die tweehonderd gezinnen hun wekelijkse boodschappen halen.”

De wijk
In het begin leverde dat wel wrijving op in de wijk. Al die extra vervoerbewegingen. “Maar ook dranghekken rondom het pand, grote spandoeken met ‘de voedselbank’ erop, dat heeft onze aanwezigheid in de buurt geen goed gedaan. Dus toen ik voorzitter werd twee jaar geleden, ben ik eerst met de buurt gaan praten. We zijn nu wat anoniemer aanwezig op deze locatie. De hekken zijn weg. En het pand is ’s avonds verlicht zodat hangjongeren ergens anders nar toe gaan. Dat stemt de buurt tevreden.”

Tegen verspilling
De voedselbank heeft de naam dat ze voor mensen zorgen die zelf de boodschappen niet meer kunnen betalen, dat die mensen toch nog een gezonde maaltijd op tafel kunnen zetten. Maar je moet onze tweede taak niet uitvlakken: het tegengaan ver verspilling van voedsel. Alles wat we niet aan voedselpakketten weggeven, wordt gesponsord door bedrijven die het over hebben. Daarbij gaat er niks de deur uit dat wettelijk niet zou mogen. Maar het gaat vooral over voorraden die of te veel zijn of dreigen aan de datum te raken. Supermarkten gooien het dan liever weg. Of ze brengen het bij ons.”

Soepele regels
Als het aan Ganseman ligt, blijft de voedselbank nog jaren op de plek waar ze nu zit. “Zo’n kerkgebouw is niet per definitie het makkelijkste qua gebruik van de vierkante meters, maar van de andere kant is het wel een onderkomen waar het past iets goeds te doen voor de medemens. Je kunt als klant drie jaar lang gebruik maken van onze service. Maar het komt geregeld voor dat mensen ook na zo’n tijd de boel nog niet weer op de rit gekregen hebben. Dat zeggen we intern ‘nood is nood’. Al helemaal als er kinderen bij betrokken zijn mogen mensen langer van ons gebruik maken, ook als iemand in de schuldhulpsanering zit. Zolang de intaker zijn besluit aan het bestuur kan uitleggen, staan wij open voor soepele hantering van die regel.”

Vraag & AntwoordThema's